Skip to content
IQCognify

Het gemiddelde IQ: wat 100 betekent, de IQ-schaal en je percentiel

Laatst bijgewerkt
Leestijd
9 min.
DelenXLinkedInFacebook

Kort antwoord

Het gemiddelde IQ is 100. Dat is geen meetresultaat maar een afspraak: IQ-tests worden zo genormeerd dat de gemiddelde score van de normgroep precies op 100 uitkomt. Wat een score betekent, hangt dus af van waar hij op de schaal ligt. Hier vind je de volledige IQ-tabel met percentielen en zeldzaamheid, de Nederlandse benamingen per niveau (en waarom die verschillen), en hoeveel punten een uitslag door de meetfout kan schommelen.

Probeer het meteen: een gratis IQ-test in het Nederlands, ongeveer 12 minuten, zonder account.Naar de test

Wat is het gemiddelde IQ?

Het gemiddelde IQ is 100. Dat getal ligt vast, omdat een IQ-score een vergelijking is. Je ruwe score, het aantal goed opgeloste opgaven, wordt omgezet naar een normscore die aangeeft waar je staat ten opzichte van een grote, representatieve normgroep. Die omzetting is zo ingericht dat het gemiddelde van de normgroep op 100 uitkomt.

Een IQ-score zegt dus niet hoeveel intelligentie iemand ‘heeft’, zoals een weegschaal zegt hoeveel iemand weegt. Er is geen nulpunt en geen maximum. Wie 120 scoort, is niet ‘20 % slimmer’ dan iemand met 100; het betekent alleen dat je hoger scoorde dan het grootste deel van de vergelijkingsgroep.

Het korte antwoord

Het gemiddelde IQ is 100, en een score tussen 85 en 115 valt binnen het gemiddelde bereik waarin ongeveer twee derde van alle mensen scoort. Dat geldt voor volwassenen en voor kinderen, omdat iedereen met de eigen leeftijdsgroep wordt vergeleken.

De IQ-schaal: gemiddelde 100, standaarddeviatie 15

Twee getallen bepalen de moderne IQ-schaal. Het gemiddelde is 100, en de standaarddeviatie, een maat voor hoe ver de scores uit elkaar liggen, is 15. Omdat IQ-scores bij benadering normaal verdeeld zijn (de bekende klokvormige curve), liggen de aandelen per stap van 15 punten vast.

  • Ongeveer 68 % van de mensen scoort tussen 85 en 115 (binnen één standaarddeviatie).
  • Ongeveer 95 % scoort tussen 70 en 130 (binnen twee standaarddeviaties).
  • Ongeveer 99,7 % scoort tussen 55 en 145 (binnen drie standaarddeviaties).

Niet elke test en niet elk onderdeel gebruikt deze schaal. Oudere tests werkten soms met een standaarddeviatie van 16 of 24, en de afzonderlijke subtests van de Wechsler-tests worden gerapporteerd op een schaal met gemiddelde 10 en standaarddeviatie 3. Een 130 op een schaal met standaarddeviatie 24 is veel minder zeldzaam dan een 130 op de gewone schaal. Een score zegt dus pas iets als je weet op welke schaal hij staat.

IQ-tabel: score, percentiel en hoe zeldzaam

In deze tabel zie je voor veelvoorkomende scores het percentiel en hoe vaak een hogere of lagere score voorkomt. De waarden zijn rekenkundig afgeleid uit de normaalverdeling met gemiddelde 100 en standaarddeviatie 15, afgerond.

IQ-score, percentiel en zeldzaamheid (gemiddelde 100, standaarddeviatie 15)
IQ-scorePercentielZo vaak komt het voor
550,1ongeveer 1 op 740 scoort even laag of lager
702ongeveer 1 op 44 scoort even laag of lager
755ongeveer 1 op 21 scoort even laag of lager
809ongeveer 1 op 11 scoort even laag of lager
8516ongeveer 1 op 6 scoort even laag of lager
9025ongeveer 1 op 4 scoort even laag of lager
10050precies het midden
11075ongeveer 1 op 4 scoort hoger
11584ongeveer 1 op 6 scoort hoger
12091ongeveer 1 op 11 scoort hoger
12595ongeveer 1 op 21 scoort hoger
13098ongeveer 1 op 44 scoort hoger
13599ongeveer 1 op 100 scoort hoger
14099,6ongeveer 1 op 260 scoort hoger
14599,9ongeveer 1 op 740 scoort hoger

Rekenwaarden, geen telling

Deze percentages volgen uit de wiskunde van de normaalverdeling, niet uit een telling onder Nederlanders. In de praktijk wijkt de verdeling vooral aan de uiterste randen iets af van de ideale curve, en elke test heeft zijn eigen normgroep.

Wat is een IQ-percentiel?

Een percentiel geeft aan welk deel van de normgroep even hoog of lager scoort dan jij. Stel je honderd willekeurige mensen voor, van laag naar hoog gerangschikt. Zit je op percentiel 90, dan scoren ongeveer 90 van die honderd even hoog of lager. Het percentiel is dus niet je score, maar je plek in de rij.

Gelijke stappen in IQ zijn geen gelijke stappen in percentiel. Rond het midden, waar de curve hoog is, schuif je met een paar punten langs veel mensen. Aan de randen, waar de curve vlak is, levert hetzelfde aantal punten weinig op. Van 100 naar 115 ga je van percentiel 50 naar 84; van 130 naar 145 alleen nog van 98 naar 99,9.

Rekenvoorbeeld: je scoort 108. Dat ligt 8 punten boven het gemiddelde, ongeveer 0,53 standaarddeviatie. Volgens de normaalverdeling hoort daar percentiel 70 bij: ongeveer 70 % van de normgroep scoort even hoog of lager. De curve is symmetrisch, dus een score van 92 hoort bij percentiel 30.

IQ-niveaus en hun Nederlandse benamingen

Rapporten zetten een score vaak om in woorden: ‘gemiddeld’, ‘boven gemiddeld’, ‘begaafd’. Die woorden liggen minder vast dan je zou denken. Wilma Resing en Jan Blok schreven in 2002 namens de COTAN, de Nederlandse commissie die tests beoordeelt, dat navraag bij tien instellingen voor jeugdgezondheidszorg negen verschillende indelingen opleverde. Zij deden een voorstel voor één indeling.

Indeling volgens het voorstel van Resing en Blok (2002); aandelen berekend uit de normaalverdeling
IQBenamingAandeel van de bevolking
hoger dan 130zeer begaafdca. 2,1 %
121 tot en met 130begaafdca. 6,5 %
111 tot en met 120boven gemiddeldca. 15,6 %
90 tot en met 110gemiddeldca. 51,6 %
80 tot en met 89beneden gemiddeldca. 15,6 %
70 tot en met 79laag begaafd / moeilijk lerendca. 6,5 %
lager dan 70verdere indeling in graden van verstandelijke beperkingca. 2,1 %

Andere bronnen gebruiken andere grenzen. Veel overzichten, waaronder de Nederlandstalige Wikipedia, noemen 85 tot 115 ‘gemiddeld’; in de indeling hierboven is dat 90 tot en met 110. Resing en Blok kozen bewust voor een smallere middengroep, omdat bij een indeling met 85 tot en met 114 als middengroep ruim 68 % van de mensen in één categorie valt. Een score van 88 is in het ene rapport dus ‘gemiddeld’ en in het andere ‘beneden gemiddeld’, terwijl er niets anders is gemeten.

Het label verschilt, de score niet

De benaming bij een score hangt af van de test en van de instelling die het rapport schrijft. Vergelijk daarom altijd de getallen en de gebruikte test, niet alleen het woord.

Meetfout en betrouwbaarheidsinterval: hoe exact is een IQ-score?

Geen enkele test meet perfect. Doe dezelfde test op een andere dag, uitgerust of juist moe, en de uitslag verschuift een paar punten. Daarom rapporteren psychologen een IQ bij voorkeur als een interval en niet als één getal. Resing en Blok gaven het voorbeeld dat je beter kunt spreken van ‘88 plus of min 4’ dan van ‘88’.

Hoe breed dat interval is, hangt af van de betrouwbaarheid van de test. De standaardmeetfout is de standaarddeviatie (15) maal de wortel uit 1 min de betrouwbaarheid. Een rekenvoorbeeld met een betrouwbaarheid van 0,95, een waarde die past bij het totale IQ van een goede individuele test:

  1. Standaardmeetfout: 15 × √(1 − 0,95) ≈ 3,4 punten.
  2. 95%-betrouwbaarheidsinterval: 1,96 × 3,4 ≈ 6,6 punten naar boven en naar beneden.
  3. Een gemeten IQ van 130 wordt dan: waarschijnlijk ergens tussen ongeveer 123 en 137.

Bij een minder betrouwbare test, bijvoorbeeld 0,90, wordt het 95%-interval ongeveer 9 punten naar elke kant. Losse subtests en korte tests zijn meestal minder betrouwbaar dan het totale IQ van een volledige test. (Echte rapporten berekenen het interval vaak iets anders, rond een geschatte ware score, maar de orde van grootte is dezelfde.)

Ook de test zelf maakt uit. Tests meten niet precies hetzelfde. Bij de Nederlandse normering van de RAKIT en de WISC-R maakten 460 kinderen beide tests; de correlatie tussen de twee IQ-scores was 0,86, hoog maar niet perfect. Resing en Blok raden daarom aan te spreken van bijvoorbeeld een WAIS-IQ of een SON-R-IQ, en niet van ‘het’ IQ.

Hoogbegaafdheid: wat betekent een IQ van 130?

Een IQ van 130 ligt twee standaarddeviaties boven het gemiddelde, rond percentiel 98. Ongeveer 1 op de 44 mensen scoort hoger. Die grens wordt in Nederland vaak gebruikt als ondergrens voor hoogbegaafdheid.

Toch is 130 geen magische lijn. Door de meetfout kan iemand met een ‘echte’ 127 op de testdag 132 halen, en omgekeerd. Resing en Blok stellen voor om de groep boven 130 neutraal ‘zeer begaafd’ te noemen: in de literatuur over hoogbegaafdheid wil men vaak pas van hoogbegaafd spreken als er naast een hoog IQ ook aan andere kenmerken is voldaan, bijvoorbeeld op het gebied van persoonlijkheid.

Mensa Nederland legt de grens bij een percentiel: lid worden kan iedereen die op een erkende intelligentietest bij de hoogste 2 % van de bevolking scoort. De eigen toelatingstest van Mensa is Nederlandstalig, wordt afgenomen onder verantwoordelijkheid van een erkend psycholoog, duurt ongeveer tweeënhalf uur en staat pas open vanaf 16 jaar.

130 is een afspraak

De grens van 130 is een gebruikelijke conventie, geen natuurlijke drempel. Een uitslag vlak onder of boven 130 zegt vooral dat iemand hoog scoort; de meetfout is groter dan het verschil van een paar punten.

Je IQ-score of IQ-waarde lezen: vijf vragen

Heb je een uitslag in handen, van een psycholoog of van een online test? Deze vragen helpen om het getal op waarde te schatten.

  1. Welke test was het? Een Wechsler-test, de SON-R of de IDS-2 meten niet precies hetzelfde.
  2. Met welke normgroep is vergeleken? Nederlandse of Vlaamse normen zeggen iets over je positie in Nederland of Vlaanderen; een Amerikaanse normgroep niet.
  3. Hoe oud zijn de normen? Door het Flynn-effect geven verouderde normen vaak te hoge scores.
  4. Gaat het om het totale IQ of om een index of subtest? Losse onderdelen zijn minder betrouwbaar en kunnen flink van het totaal afwijken.
  5. Staat er een interval bij? Een score zonder betrouwbaarheidsinterval suggereert meer precisie dan een test kan leveren.

Wat een gemiddeld IQ wel en niet zegt

Een IQ-score hangt op groepsniveau samen met bijvoorbeeld schoolprestaties. Dat is een statistische samenhang, geen voorspelling voor één persoon. Creativiteit, motivatie, praktische vaardigheid, sociale vaardigheden en vakkennis vallen grotendeels buiten wat een IQ-test meet.

De uitslag hangt ook af van zaken die niets met je vermogens te maken hebben: slaap, spanning, bekendheid met het soort opgaven, taal en opleiding. Een gemiddelde score betekent simpelweg dat je op een bepaald soort denktaken scoorde zoals de meeste mensen. Het is geen oordeel over je waarde of je mogelijkheden.

Online IQ-tests en het gemiddelde

Veel online tests tonen een score op dezelfde schaal, met een percentiel erbij. Dat ziet er vergelijkbaar uit, maar is het meestal niet. Een online test is zelden genormeerd op een representatieve steekproef, de omstandigheden zijn niet gecontroleerd, en de deelnemers kiezen zelf of ze meedoen.

Ook onze eigen test

Onze test is bedoeld voor jongeren vanaf 13 jaar en volwassenen en is niet op leeftijd genormeerd. De uitslag is een schatting op de IQ-schaal, geen vergelijking met een gemeten Nederlandse normgroep, en vervangt geen psychologisch onderzoek.

Veelgestelde vragen

Wat is het gemiddelde IQ?+

Het gemiddelde IQ is 100. IQ-tests worden zo genormeerd dat de gemiddelde score van de normgroep op 100 uitkomt, met een standaarddeviatie van 15. Ongeveer 68 % van de mensen scoort tussen 85 en 115.

Is een IQ van 110 of 115 hoog?+

Het is boven gemiddeld. Een IQ van 110 ligt rond percentiel 75, een IQ van 115 rond percentiel 84. Afhankelijk van de indeling valt 110 nog net binnen ‘gemiddeld’ of al in ‘boven gemiddeld’.

Hoe reken je een IQ-score om naar een percentiel?+

Bereken hoeveel standaarddeviaties de score van 100 afligt (score min 100, gedeeld door 15) en zoek het bijbehorende aandeel in de normaalverdeling op. IQ 85 hoort bij percentiel 16, IQ 100 bij 50, IQ 115 bij 84 en IQ 130 bij 98.

Hoeveel procent van de mensen heeft een IQ boven 130?+

Ongeveer 2 %, of 1 op de 44. Dat volgt uit de normaalverdeling met gemiddelde 100 en standaarddeviatie 15.

Ben je hoogbegaafd met een IQ van 130?+

130 is de gebruikelijke ondergrens, rond de bovenste 2 %. Vaak wordt ‘hoogbegaafd’ pas gebruikt als er naast een hoog IQ ook aan andere kenmerken is voldaan. Door de meetfout is een score vlak rond 130 geen harde grens.

Wat is een normale IQ-waarde?+

Scores tussen 85 en 115 gelden meestal als het gemiddelde bereik; in sommige Nederlandse indelingen is ‘gemiddeld’ 90 tot en met 110. Dat geldt op elke leeftijd, omdat je met leeftijdsgenoten wordt vergeleken.

Is een IQ van 90 laag?+

Nee. Een IQ van 90 ligt rond percentiel 25: ongeveer een kwart van de mensen scoort even hoog of lager. In de meeste indelingen valt 90 binnen het gemiddelde bereik; bij Resing en Blok is 90 tot en met 110 ‘gemiddeld’ en begint ‘beneden gemiddeld’ pas onder 90.

Wat is een hoog IQ?+

Vanaf ongeveer 115 tot 120 scoor je duidelijk boven gemiddeld: IQ 120 ligt rond percentiel 91. Vanaf 130, rond percentiel 98, spreekt men van een zeer hoog IQ; die grens wordt vaak gebruikt bij hoogbegaafdheid. Een IQ van 145 of hoger komt voor bij ongeveer 1 op de 740 mensen.

Hoe nauwkeurig is een IQ-score?+

Bij een goede individuele test met een betrouwbaarheid van 0,95 is de standaardmeetfout ongeveer 3,4 punten, en ligt de ware score met 95 % zekerheid binnen ongeveer 6 à 7 punten van de gemeten score. Bij kortere of minder betrouwbare tests is die marge groter.

Waarom verschillen IQ-tabellen op internet van elkaar?+

Omdat er geen vaste indeling is. Instellingen en tests gebruiken verschillende grenzen en benamingen, bijvoorbeeld 85–115 of 90–110 voor ‘gemiddeld’. De percentielen zelf liggen wel vast, zolang de test gemiddelde 100 en standaarddeviatie 15 gebruikt.

Bronnen

Deze pagina is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en op gegevens van testuitgevers:

  1. 1.Resing, W. C. M., & Blok, J. B. (2002). “De classificatie van intelligentiescores. Voorstel voor een eenduidig systeem.” De Psycholoog, mei 2002, 244–249.
  2. 2.Pearson — Wechsler Adult Intelligence Scale (WAIS) and Wechsler Intelligence Scale for Children (WISC).
  3. 3.American Educational Research Association, American Psychological Association, & National Council on Measurement in Education (2014). Standards for Educational and Psychological Testing.
  4. 4.Neisser, U., et al. (1996). “Intelligence: Knowns and Unknowns.” American Psychologist, 51(2). APA.
  5. 5.Deary, I. J. (2020). Intelligence: A Very Short Introduction (2nd ed.). Oxford University Press.
  6. 6.Flynn, J. R. (1987). “Massive IQ gains in 14 nations: What IQ tests really measure.” Psychological Bulletin, 101(2).
  7. 7.Mensa Nederland. Lid worden – toelatingstest.
  8. 8.Wikipedia (Nederlandstalig). Intelligentiemeting.

Hoe hoog is jouw IQ?

Doe de gratis IQ-test: 27 vragen, ongeveer 12 minuten, uitslag met percentiel en vaardighedenprofiel, zonder account.

Start de gratis test